Wie Nederland verlaat, denkt meestal aan adreswijzigingen, contractoverdrachten en logistiek. Wat daarbij vaak wordt onderschat: de fiscale afrekening bij vertrek. Nederland heft op bepaalde deelnemingen een emigratiebelasting (Exit Tax), die zelfs verschuldigd kan zijn als er geen enkele euro is ontvangen.
Vooral voor ondernemers, aandeelhouders en investeerders kan dat leiden tot een aanzienlijke belastingdruk, vaak in de vijf- of zelfs zes cijfers.
De Nederlandse emigratieheffing is gebaseerd op het principe van een fictieve vervreemding: bij het beëindigen van de fiscale woonplaats behandelt de Nederlandse fiscus bepaalde vermogensbestanddelen alsof ze op het moment van vertrek zijn verkocht. De daarbij ontstane (niet-gerealiseerde) waardestijgingen worden als belastbare winst aangemerkt.
Het doel is duidelijk: stille reserves die tijdens de woonperiode in Nederland zijn opgebouwd, mogen niet onbelast naar het buitenland worden verplaatst.
De Exit Tax speelt vooral bij het zogeheten aanmerkelijk belang. Concreet gaat het om personen die direct of indirect minstens 5% van de aandelen in een kapitaalvennootschap houden. Dit kan zijn:
aandelen in een Nederlandse B.V. of N.V.
deelnemingen in buitenlandse kapitaalvennootschappen
genotsrechten of winstgerechtigdheidsrechten die de 5%-drempel halen
opties op een aanmerkelijk belang
Ook indirecte deelnemingen, bijvoorbeeld via holdingstructuren, kunnen onder de regeling vallen. Doorslaggevend is steeds de economische werkelijkheid.
In Nederland geldt voor inkomen uit aanmerkelijk belang een tweeschijvensysteem:
Belastbare winst | Tarief 2026 |
Tot €68.843 | 24,5% |
Boven €68.843 | 31,0% |
Vanaf 2026 geldt 24,5% over inkomsten tot €68.843 en 31% over het meerdere. De tarieven zelf blijven in 2026 ongewijzigd; alleen de grens is door indexatie licht verhoogd, van €67.804 (2025) naar €68.843 (2026).
Bijzonder geval vanaf 2028, lucratief belang (carried interest): voor private-equitymanagers en deelnemingen met een lucratief-belang-karakter plant de wetgever per 1 januari 2028 een verhoging van de effectieve belastingdruk tot maximaal 36%.
De waardering van de deelneming vindt plaats op het moment dat de fiscale woonplaats in Nederland wordt opgegeven. In principe geldt daarbij de waarde in het economisch verkeer (fair market value) van de aandelen.
Dat betekent: wie zijn onderneming verlaat tijdens een groeifase, betaalt Exit Tax over een hogere waarde dan iemand die verhuist in een economisch rustiger periode. Gerichte timingplanning kan hier tot aanzienlijke verschillen in belastingdruk leiden.
Een kernonderdeel van het Nederlandse systeem is de mogelijkheid tot uitstel van betaling (uitstel van betaling). De belasting wordt vastgesteld, maar hoeft niet meteen te worden betaald — mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Wie naar een andere EU- of EER-staat verhuist, kan de vastgestelde Exit Tax in principe uitstellen tot de deelneming daadwerkelijk wordt vervreemd. Voorwaarden zijn doorgaans:
doorlopende medewerkingsverplichtingen richting de Nederlandse Belastingdienst
jaarlijkse meldplichten over omvang en waarde van de deelneming
in bepaalde situaties: het stellen van zekerheden
Belangrijk: uitstel heft de belastingschuld niet op. Het verschuift alleen het betalingsmoment. Latere waardestijgingen na emigratie kunnen, afhankelijk van het nieuwe woonland, bovendien opnieuw worden belast.
Bij vertrek naar een niet-EU/niet-EER-staat gelden duidelijk strengere regels. De belasting kan onmiddellijk verschuldigd worden of er gelden zwaardere eisen voor zekerheidsstelling. Een zorgvuldige analyse is hier onmisbaar voordat het bestemmingsland wordt gekozen.
Een Exit Tax in Nederland sluit een latere heffing in het bestemmingsland niet automatisch uit. Afhankelijk van land en structuur kan er sprake zijn van economische dubbele belasting:
het vertrekland (NL) belast de waardestijging tot de emigratiedatum fictief.
het nieuwe woonland belast bij een latere daadwerkelijke verkoop mogelijk de volledige verkoopwinst.
Of en hoe belastingverdragen (DBV) verlichting bieden, hangt af van het betreffende verdrag. Veel DBV’s bevatten geen specifieke regeling voor Exit Tax, wat kan leiden tot verrekeningshiaten. Een internationale totaalanalyse is daarom essentieel.
„Ik ben geen ondernemer, dit raakt mij niet." Onjuist. De Exit Tax geldt voor iedere natuurlijke persoon met een aanmerkelijk belang vanaf 5% — ongeacht of iemand het bedrijf actief leidt of slechts als stille investeerder deelneemt.
„Ik heb niets verkocht, dus er is geen winst." Precies dat is het kenmerk van de Exit Tax: een verkoop is niet nodig. De fictieve vervreemding bij vertrek is voldoende als heffingsmoment.
„Ik schrijf me gewoon in het buitenland in, klaar." De fiscale woonplaats eindigt niet automatisch door uitschrijving. De Belastingdienst kijkt onder meer naar het centrum van levensbelangen, het aantal verblijfsdagen en de gezinssituatie. Een verkeerde inschatting kan leiden tot een terugwerkende belastingplicht.
De Exit Tax in Nederland treft doorgaans:
ondernemers die een B.V. of holding hebben opgebouwd en naar het buitenland willen verhuizen
private-equity- en venturecapitalinvesteerders met deelnemingen van meer dan 5%
familieleden in ondernemingsstructuren waarbij aandelen zijn verdeeld
expats en internationale professionals die in het kader van hun werk aandelen hebben gekregen (bijv. ESOP’s, stock options)
Met tijdige planning kunnen in veel gevallen aanzienlijke belastinglasten worden voorkomen of verminderd. Mogelijke aanpakken zijn:
timing van het vertrek in relatie tot ondernemingswaardering en winstvorming
structuurwijzigingen vóór vertrek (bijv. herstructurering van holdings)
keuze van het bestemmingsland met inachtneming van DBV en lokale heffing
gebruik van uitstelmogelijkheden om liquiditeit te sparen
Cruciaal is: deze maatregelen moeten vóór het opgeven van de fiscale woonplaats zijn doorgevoerd. Met terugwerkende kracht zijn de mogelijkheden sterk beperkt.
De emigratiebelasting in Nederland is geen randonderwerp binnen fiscale planning; voor aandeelhouders en investeerders is dit vaak een van de meest fiscaal bepalende momenten. Met een toptarief van 33% en een fictieve vervreemding ook zonder daadwerkelijke verkoop kunnen de gevolgen groot zijn.
Wie vroeg plant, heeft beduidend meer ruimte voor structuur, timing en de keuze van het bestemmingsland. Wie wacht tot de verhuizing vaststaat, houdt vaak nog maar beperkte opties over.
Neem contact met ons op voordat u Nederland verlaat.
In principe vanaf een deelneming van minstens 5% in een kapitaalvennootschap, wanneer de fiscale woonplaats in Nederland wordt beëindigd.
Bij emigratie naar EU/EER-landen is uitstel tot de daadwerkelijke verkoop mogelijk. Voor derde landen gelden strengere regels.
Volledig vermijden lukt in de meeste gevallen niet. Met gerichte planning kan de belastingdruk echter aanzienlijk worden verlaagd.
24,5% over winsten tot €68.843 en 31% over winsten daarboven. Vanaf 2028 kan voor bepaalde carried-interest-structuren (lucratief belang) een effectieve druk tot 36% gelden.